News
Onduidelijkheid rond voorgenomen verbod op glyfosaat
9/23/2011
Na het aannemen van de motie Grashoff voor een verbod van het gebruik van glyfosaat houdende middelen voor niet-commercieel gebruik is de nodige commotie ontstaan over de mogelijke gevolgen.
Een aangenomen motie is een oproep aan het kabinet. Het is nu aan het kabinet om aan te geven of, en zoja op welke wijze invulling zal worden gegeven aan de motie. Meest waarschijnlijke scenario is dat het kabinet de Tweede Kamer zal informeren dat de motie wordt meegenomen bij de invulling van het nationaal actieplan duurzame gewasbescherming (NAP). Een verbod op glyfosaat op korte termijn is niet aan de orde.
De ministeries I&M en EL&I werken momenteel aan de invulling van het NAP, als uitwerking van de EU-richtlijn duurzaam gebruik van pesticiden (gewasbeschermingsmiddelen en biociden). Ook het niet-landbouwkundig gebruik van bestrijdingsmiddelen komt daarbij aan bod. Maart 2012 moet het NAP klaar zijn en wordt het aangeboden aan de Tweede Kamer. Zonder de Tweede Kamer tekort te willen doen heeft er alle schijn van dat de motie vooral op (emotionele) overwegingen is aangenomen in plaats van op feiten. Feit is dat in Nederland het Ctgb verantwoordelijk is voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen, en heeft vastgesteld dat er geen gezondheidsrisico’s zijn verbonden aan het gebruik van glyfosaat op verhardingen. Glyfosaat draagt wel bij aan de verontreiniging van het oppervlaktewater en dat is nadelig voor de drinkwaterproductie.
Een volledig verbod op het gebruik van glyfosaat in de niet-landbouw sector heeft de nodige consequenties:
- Na omschakeling naar volledig niet-chemisch onkruidbeheer vindt geen afspoeling van middel meer plaats naar het oppervlaktewater, maar ontstaan andere milieueffecten als gevolg van meer energieverbruik en bijbehorende emissies naar de lucht.
- De kosten van onkruidbeheer op verhardingen nemen voor de BV Nederland met circa 100 M€ per jaar toe, kosten die voornamelijk door de gemeenten en bedrijven moeten worden gedragen;
- Door alle inspanningen van de afgelopen jaren en aanpassingen in de regelgeving zijn de knelpunten ten aanzien van de drinkwatervoorziening aanzienlijk afgenomen.
- Beheerders en uitvoerders vragen al jaren om heldere regels voor de langere termijn. De huidige lijn veranderen, door een verbod af te kondigen zal leiden tot veel onbegrip, frustratie en desinvesteringen.
Het NAP is de Nederlandse uitwerking van de EU-richtlijn duurzaam gebruik van pesticiden. Elke lidstaat dient aan te geven hoe zij invulling geeft aan duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, ook voor de sector niet-landbouw. Het gaat hier om invulling van (1) geïntegreerde gewasbescherming en, voor zo ver nodig, (2) specifieke maatregelen om bepaalde bevolkingsgroepen (extra) te beschermen.
Aansluitend op de doelstelling van het NAP en de te verwachten consequenties lijkt het ons wat kort door de bocht om tot een volledig verbod over te gaan. Binnen de NAP werkgroep ‘niet-landbouw’ zullen wij pleiten voor een geïntegreerde aanpak langs de volgende lijn:
1. Zet in op meer preventie verbreding en versterking van een geïntegreerde aanpak bij professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en niet-chemische methoden in de sector ‘niet-landbouw’, met:
a. Meer nadruk op gebruik gewasbeschermingsplannen per terreintype (verhardingen, sportvelden, groen) waarin opdrachtgevers aangeven hoe zij met monitoring, preventie, inzet niet-chemische en chemische methoden, registratie, evaluatie en certificering omgaan;
b. Wat betreft inzet chemische methoden, zorg voor duidelijkheid via toelatingsbeleid en heldere (DOB-)kaders;
c. Wat betreft alternatieve niet-chemische methoden, stimuleer innovatie gericht op kostenreductie van de methoden dan wel vergroting van hun effectiviteit. Alleen dan worden deze methoden concurrerend met chemisch methoden die via het toelatingsbeleid op de markt komen/zijn;
2. Koppel milieudoelstellingen (plafond) aan bestekken voor (onkruid)beheer terreinen. Dit kan via een uitbreiding van de LCA doorrekeningen die voor verhardingen bekend zijn.
3. Vul te beschermen gebieden verder in, zoals grondwaterbeschermingsgebieden. De EU-richtlijn vraagt specifiek om beschermingszones om verblijfplaatsen van zwakkeren in de maatschappij (rondom scholen, verzorgingshuizen, etc.);
4. Beleid is nodig om geïntegreerd werken op bedrijventerreinen daar hoger op de agenda te krijgen. Acties dienen gericht te zijn op bewustwording van het probleem dat bedrijventerreinen veroorzaken met onzorgvuldig gebruik van middelen. Uitvoerende bedrijven dienen hier nauw bij betrokken te worden.
23 september 2011
Plant Research International, onderdeel van Wageningen UR
Wilt u reageren: chris.vandijk@wur.nl
Op 10 november aanstaande organiseert het ministerie van IenM een klankbordgroepbijeenkomst waar organisaties inhoudelijk kunnen reageren op het concept-NAP. Info: Maartje Nelemans, voorzitter Projectgroep NAP (Maartje.Nelemans@minienm.nl)
|