Algemeen | DOB Producten | Publicaties | Certificering | Praktijknetwerken | Nieuws | Contact English

Nieuwspagina
DOB methode
DOB richtlijnen
Preventie
Drinkwater Innamepunten
Betrokken organisaties
Links
Meest gestelde vragen

Ga naar de DTB Registratiemodule
Ga naar de certificeringssite

Meest gestelde vragen

 

Mag RoundUp Evolution na 2012 nog worden toegepast op verhardingen?

Roundup Evolution is toegelaten tot 1 juli 2012, parallel met andere glyfosaatformuleringen. In theorie moet de Europese registratie geëvalueerd zijn voor de expiratiedatum van 30 juni 2012. Dit geldt niet alleen voor glyfosaat maar voor een hele reeks actieve ingredienten en staat los van het specifieke gebruik op verhardingen. Wegens de hoge werkdruk bij de Europese registratiecommissie zal deze deadline hoogstwaarschijnlijk niet gehaald worden. Momenteel is sprake van een werkachterstand van ongeveer twee jaar. De invloed van die achterstand op nationale erkenningen is door de industrie aangekaart. Het meest waarschijnlijke scenario is dat de Europese Unie d.m.v. een verordening maatregelen zal afkondigen om de nationale erkenningen te verlengen tot de EU evaluatie is uitgevoerd. Het ziet er dus naar uit dat glyfosaat voorlopig nog gebruikt mag worden. De uitkomst van de evaluatie is bepalend voor het wel of niet verlengen van de toelating.

Terug naar de lijst

Wat wordt bedoeld met de hardheid van drinkwater?

De hardheid van het water heeft te maken met de hoeveelheid kalk die er in dat water is opgelost. Eigenlijk gaat het om twee verschillende stoffen: calcium en magnesium. Die stoffen bepalen samen de hardheid. De hardheid van het water wordt in Nederland uitgedrukt in °D (graden Duitse hardheid) of mmol/l.

De Nederlandse waterbedrijven maken gebruik van verschillende waterbronnen, de hoeveelheid mineralen verschilt per bron, de hardheid verschilt daarom per regio. In het Waterleidingbesluit (hierin staan de normen bepaald waaraan de Nederlandse waterbedrijven zich moeten houden) staat zowel een minimum- als een maximumnorm beschreven voor de hardheid van het kraanwater. Deze moet tussen de 5,6 °D en 14 °D liggen. Het leidingwater in Nederland heeft over het algemeen een hardheid van rond de 8 °D, maar kan in sommige gebieden hoger liggen. Bij twijfel kunt u de hardheid van het leidingwater opvragen via de website van uw waterbedrijf.

Voor onkruidbestrijding op verhardingen wordt in hoofdzaak glyfosaat (merknaam o.a. Roundup Evolution) gebruikt. Deze stof kan zich bij een hoge concentratie van calcium- en magnesiumionen in het water aan deze ionen binden. Bij een hardheid hoger dan 12 °D zal gemiddeld 10 -25 % van de toegevoegde hoeveelheid glyfosaat geïnactiveerd worden door de in het water aanwezige calcium- en magnesiumionen.

Bij een hardheid hoger dan 12 °D kunt u de volgende maatregelen treffen conform de DOB-richtlijnen:

  • Maak bij water harder dan 12°D (circa 2 mmol Ca- + Mg-ionen/l water) gebruik van sulfaat- (b.v. ammoniumsulfaat), fosfaat- of citraatbevattende hulpstoffen. Bij sommige hulpstoffen worden teststrips of -flacons geleverd of bepaalt de kleuromslag in de spuitoplossing de juiste dosering, waardoor gebruik wordt vergemakkelijkt. Bij twijfel, raadpleeg de fabrikant van het bestrijdingsmiddel;
  • Geen lagere dosering toepassen bij ongunstige omstandigheden zoals schraal, zonnig weer en groot en/of afgehard onkruid. Gebruik van hard water kan juist dan de werking extra sterk verminderen;
  • Start met spuiten direct na het aanmaken van de spuitvloeistof

Waterbedrijven in Nederland:

Brabant Water (provincie Noord-Brabant),
Duinwaterbedrijf Zuid-Holland (provincie Zuid-Holland)
Evides (zuidelijk Zuid-Holland, geheel Zeeland en in het uiterste westen van Brabant. Oasen (oosten van de provincie Zuid-Holland)
PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland (provincie Noord Holland)
Vitens (provincies Friesland, Gelderland, Overijssel, Flevoland, Utrecht en een aantal gemeenten in Drenthe)
Waterbedrijf Groningen (provincie Groningen en het Drentse Eelde en Paterswolde)
Waterleiding Maatschappij Limburg
(provincie Limburg)
Waterleidingmaatschappij Drenthe (provincie Drenthe)
Waternet (gemeente Amsterdam en een groot gebied in de provincies Utrecht en Noord-Holland)

Terug naar de lijst

Waar liggen de drinkwaterinnamepunten in Nederland?

Volgens de DOB richtlijnen (Shortlist 1, punt 5) mogen geen onkruidbestrijdingsmiddelen worden toegepast op verhardingen die afspoelen naar een punt in stromend oppervlaktewater dat via een open verbinding 10 kilometer stroomopwaarts ligt van een innamepunt voor drinkwaterproductie. Indien de stroom­snel­heid kleiner is dan 0,05 km/uur (0,01 m/s), mag niet worden gespoten binnen een straal van 1 km tot het innamepunt.

De innamepunten uit rijkswateren zijn:
1 Scheelhoek, Haringvliet, Evides
2 Biesbosch, Maas, Evides
3 Brakel, afgedamde Maas, DZH
4 Heel, Lateraalkanaal, WML
5 Nieuwegein, Lekkanaal, Waternet
6 Nieuwersluis, Amsterdam-Rijnkanaal, Waternet
7 Andijk, IJsselmeer, PWN
8 Enschede, Twentekanaal, Vitens


Klik op Nederland leeft met water voor meer informatie en de ligging van de innamepunten in Nederland.

Terug naar de lijst

Wat zijn grondwaterbeschermingsgebieden?

Grondwaterbeschermingsgebieden zijn gebieden waaruit drinkwater opgepompt wordt. De grootte van grondwaterbeschermingsgebieden kunnen verschillend zijn, omdat de opbouw van de bodem bepalend is voor de "reissnelheid" van het water. Alle activiteiten die in grondwaterbeschermingsgebieden plaats vinden, kunnen een bedreiging zijn voor de kwaliteit van het te winnen drinkwater. Daarom zijn er strenge wettelijke normen vastgesteld. Op deze pagina vindt u enige achtergrondinformatie over grondwaterbeschermingsgebieden in Nederland (bron: Vewin)

Klik HIER voor een overzichtskaart

Grondwaterbeschermingsgebieden bestaan uit twee zones: het waterwingebied, direct rond de winputten (de zestig-dagenzone) en de beschermingszone, het gebied tussen de zestig-dagengrens en de 25 jaarsgrens. Niet alle waterwingebieden zijn omgeven door een beschermingszone, sommige winningen kennen namelijk boringsvrije zones. Ook is een combinatie mogelijk van een grondwaterbeschermingszone, die omgeven wordt door een boringsvrije zone.

Er zijn drie combinaties van grondwaterbeschermingsgebieden mogelijk:
1. Een waterwingebied en een boringsvrije zone (niet kwetsbaar)
2. Een waterwingebied, een boringsvrije zone en een grondwaterbeschermingsgebied
(deels kwetsbaar)
3. Een waterwingebied en een grondwaterbeschermingsgebied (kwetsbaar)

Waterwingebied

Het waterwingebied is de directe omgeving van de winputten. Hier zijn in principe alleen activiteiten toegestaan die in verband staan met de openbare drinkwatervoorziening. Het oprichten en uitbreiden van alle overige inrichtingen, evenals activiteiten waarbij stoffen in de bodem kunnen komen die schadelijk zijn voor drinkwater of waarbij de bodemopbouw verstoord wordt, zijn verboden (o.a. gebruik van meststoffen en bestrijdingsmiddelen, toepassen van secundaire grondstoffen en lozingen in de bodem).

Beschermingszone

In de beschermingszone rond de waterwingebieden zijn ook activiteiten mogelijk die niet in verband staan met de openbare drinkwatervoorziening. Deze activiteiten zijn echter wel aan regels gebonden. Naast een oprichtingsverbod voor inrichtingen die zeer ernstig bedreigend zijn voor het grondwater, is de milieuhygiënische regelgeving voornamelijk gericht op het zo klein mogelijk houden van de risico’s op verontreiniging. Dit gebeurt door het stellen van regels en het (doen) voorschrijven van bodembeschermende voorzieningen en maatregelen.

Boringsvrije zone

In de boringsvrije zone geldt alleen een verbodsbepaling voor het in gebruik hebben van boorputten en het roeren van de bodem dieper dan 10 meter onder maaiveld. Hiermee wordt beoogd perforatie van beschermende lagen boven de winning te voorkomen.

Terug naar de lijst

Welke verplichtingen heeft een (hoofd)aannemer indien deze spuitwerkzaamheden opdraagt aan een gecertificeerde onderaannemer?

Uitgangspunt is dat de toepassing van glyfosaat op verhardingen gecertificeerd plaatsvindt.

Indien een hoofdaannemer met gecertificeerde onderaannemers werkt is het niet noodzakelijk dat de hoofdaannemer zelf gecertificeerd is. Als er in een werkgebied meer dan één onderaannemer werkzaam is, heeft de hoofdaannemer (opdrachtgever) en/of terreineigenaar wel de verantwoordelijkheid om de onderaannemer(s) op de hoogte te stellen van toegepaste hoeveelheden glyfosaat door derden in het betreffende werkgebied en/of de voorgenomen toepassingen daarvan.

Indien de hoofdaannemer zelf gecertificeerd is voor Toepassing glyfosaat op verhardingen, en hij spuitwerkzaamheden uitbesteedt, moeten de criteria zijn opgenomen in de opdrachten en bestekken en zal de certificatie-instelling ook in staat moeten worden gesteld de uitvoering van de toepassing van glyfosaat door deze derden te controleren.

Terug naar de lijst

Welke risico's zijn er verbonden aan het gebruik van glyfosaat in de openbare ruimte, met name op speelplaatsen?

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in relatie tot de menselijke gezondheid is een gevoelig onderwerp, zeker als het gaat om de gezondheid van kinderen. In de openbare ruimte is Roundup Evolution het enige toegelaten middel op basis van glyfosaat bij professionele bestrijding van onkruid op verhardingen. Er doen veel verhalen de ronde over de voor- en nadelen van deze middelen. De nuance is soms ver te zoeken, vandaar een korte toelichting.

Voordat gewasbeschermingsmiddelen in Nederland op de markt mogen worden gebracht wordt er een uitgebreide, wetenschappelijk verantwoorde, risico-evaluatie uitgevoerd door de Nederlandse (Ctgb) en Europese (EFSA) toelatinginstanties voor gewasbeschermingsmiddelen. Uit deze evaluatie blijkt dat er voor dit middel geen risico's voor de menselijke gezondheid zijn. Ter illustratie: er zitten ook glyfosaatachtige (fosfonaten) stoffen in wasmiddelen.


Of toepassing van glyfosaat uit oogpunt van duurzaamheid en mogelijke risico’s voor mens en natuur gewenst is hangt af van de
locatie en welke aspecten worden meegenomen in de duurzaamheidafweging. Op bepaalde plaatsen dicht bij innamepunten uit oppervlaktewater voor drinkwaterproductie is het niet toegestaan glyfosaat te gebruiken omdat het middel kan afspoelen en het innamewater kan vervuilen. Directe risico's voor de volksgezondheid zijn niet te verwachten, het gebruik van glyfosaat is op die plaatsen niet gewenst vanuit voorzorgprincipe, ondersteunt vanuit wetgeving door een norm van 0,1 microgram per liter voor gewasbeschermingsmiddelen. Verder weg van deze innamepunten gaat het om weging van milieubelasting en -effecten van glyfosaat versus alternatieve, niet-chemische methoden. Helaas vergen de alternatieven relatrief veel energie en veroorzaken ook (negatieve) milieueffecten. Het gaat dus om de relatieve vergelijking van duurzaamheidsaspecten. Voeg daarbij dat de kosten van de alternatieven 3 tot 5 keer zo hoog zijn. Er is een Levens Cyclus Analyse (LCA) methode beschikbaar om de milieueffecten van glyfosaat en alternatieven in beeld te brengen (zie eventueel het recent uitgekomen boek "Onkruidbeheer op verhardingen - van beleid naar uitvoering' van CROW in Ede, www.crow.nl).

Daarna wordt het een politieke keuze. Dat geldt ook voor de keuze wel of niet glyfosaat gebruiken op speelplaatsen. Feitelijk is er geen risico voor de menselijke gezondheid maar uit voorzorgprincipe is het te verdedigen om op die specifieke plaatsen geen gebruik te maken van een onkruidbestrijdingsmiddel. Deze beperking uit voorzorg wordt door meerdere gemeenten in Nederland gehanteerd.

Terug naar de lijst

Welk oppervlak moet ik aanhouden bij het toetsen aan het DOB doseringsmaximum voor glyfosaat en MCPA?

Het jaarlijkse gebruiksmaximum van glyfosaat en/of MCPA wordt getoetst door de absolute hoeveelheid gebruikt middel te delen door het te beheren oppervlak halfopen verhardingen in de werkopdracht(en) van de werkeenheid. Bij de berekening moet worden uitgegaan van de volgende oppervlakte:

de oppervlakte verhardingen waarop op chemische wijze onkruid beheerd wordt vanuit wettelijk en contractueel perspectief.

Inclusief:
- alle oppervlakte halfopen verhardingen waarbij alle oppervlakte van de niet-spuiten locaties (taluds, 1 meter zone langs oppervlaktewater, 1 meter zone rond kolken)meegerekend worden;
- maximaal 1% van het areaal gesloten verhardingen (randstroken, scheuren of gaten)

Exclusief:
- de oppervlakte gesloten verhardingen (overige >99%);
- de oppervlakte open verhardingen.
- de oppervlakte verhardingen die afspoelen naar een punt in stromend oppervlaktewater dat via een open verbinding 10 kilometer stroomopwaarts ligt van een innamepunt voor drinkwaterproductie;
- de oppervlakte verhardingen waaraan expliciet de opdracht is gegeven dat onkruidbestrijding op die verharding volledig chemievrij plaats dient te vinden;
- de oppervlakte verhardingen die op initiatief van de opdrachtnemer chemievrij beheerd wordt.

NB. In bestekken wordt over het algemeen uitgegaan van te behandelen oppervlak. Het te behandelen oppervlak is meestal kleiner dan het te beheren oppervlak omdat er op voorhand van wordt uitgegaan dat op bepaalde oppervlakken halfopen verhardingen geen onkruidbestrijding noodzakelijk is, denk hierbij aan rijbanen van klinkers met hoge verkeersdruk of intensief belopen betrating in (delen van) voetgangersgebieden en rond winkelcentra.

Terug naar de lijst

Wat wordt bedoeld met gesloten, halfopen en open verhardingen?

Er wordt uitgegaan van drie typen verhardingen:

Gesloten verhardingen, bestaande uit verharding van ter plekke aangebracht aanvankelijk plastisch materiaal. Deze verharding kent geen voegen (bv. asfalt, beton).

Halfopen verhardingen, hier vallen voornamelijk de elementverhardingen onder. Verhardingen bestaande uit losse elementen die geordend zijn aangebracht. Tussen de elementen bevinden zich voegen die meer of minder water­door­latend kunnen zijn (bv. trottoirtegels, straatstenen). ZOAB (Zeer Open Asfalt Beton) wordt ook tot deze categorie gerekend.

Open verhardingen, bestaande uit gestorte materialen of materialen met hygroscopisch karakter (bv. grint, gravel, schelpen, slakken, puin, webromix of grasbetontegels en grasbetonstenen met open gaten).

Terug naar de lijst

Wat is het verschil tussen een enkelvoudige en een samengestelde werkeenheid?

Registraties dienen per werkeenheid beschikbaar te zijn. Er worden twee typen werkeenheden onderscheiden.

Enkelvoudige werkeenheden: Bij een enkelvoudige werkeenheid is het project (een bestek of werkopdracht van één terreineigenaar of opdrachtgever) de werkeenheid. Het gaat hier vooral om grote opdrachten voor gemeenten, provincies en industrieën e.d. De bovengrens ligt op 50 ha halfopen verhardingen per project, er is geen ondergrens qua areaal.

Samengestelde werkeenheden: Bij kleine projecten is er sprake van werkopdrachten waarbij per opdracht het areaal halfopen verhardingen minder dan 1 ha is. Het gaat hier vooral om kleine opdrachten voor bedrijven en particulieren. Het kan ook gaan om een opdracht voor bijvoorbeeld een grote onderneming met veel losse vestigingen in Nederland die per stuk een klein areaal halfopen verhardingen hebben. Kleine opdrachten mogen worden samengevoegd tot een grote werkeenheid tot maximaal 25 ha halfopen verhardingen per werkeenheid.

Terug naar de lijst

Welke apparatuur mag ik gebruiken voor het spuiten op verhardingen?

In onderstaande tabel staat weergegeven welke toedieningstechnieken gebruikt kunnen worden binnen het certificaat Barometer Duurzaam Terreinbeheer èn conform WG/GA van middelen op basis van glyfosaat.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen voertuiggedragen basistechnieken en handgedragen toedieningsapparatuur voor moeilijk bereikbare plaatsen. Bij voertuiggedragen apparatuur is selectieve inzet d.m.v. sensoren of vergelijkbaar vereist. De toepassingscriteria zijn gedifferentieerd per type toedieningstechniek op basis van selectiviteit. Apparatuur die minder middel naast het onkruid op de straat terecht doet komen, hebben minder inperkingen qua inzetbaarheid.

Omschrijving  Merk en modelnamen  Toepassingscriteria1
Voertuiggedragen apparatuur    
Standaard sensorge-
stuurde spuiten
Weed IT, Weedseeker,
Selectspray of vergelijk-
baar­­ 2

Inzetbaar als 24 uur vooruit
de kans op neerslag kleiner
gelijk 40 % is.

Innovatieve sensorge-
stuurde spuiten

Weed IT model 2006 MKII
of vergelijkbaar 3
Inzetbaar als 15 uur vooruit
de kans op neerslag kleiner
gelijk 40 % is.
Onkruidbestrijkers Greentouch, Rotofix, of vergelijkbaar Inzetbaar als 6 uur vooruit
de kans op neerslag kleiner
gelijk 40 % is en inzetbaar
op bepaalde spuitvrije zones
Schijfvernevelaars
op spuitboom
Mankar 50/110EL Selekt
en Varimant aanbouw-
modellen, Agricult Laag-
VolumeSpuit of vergelijkbaar
Inzetbaar mits selectief
toegepast en als 24 uur
vooruit de kans op neerslag kleiner gelijk 40 % is
Handgedragen appara-
tuur (moeilijk bereik-
bare plaatsen)
   
Spuitlans gekoppeld
aan rugbus of reser-
voir op een voertuig
Diversen

Inzetbaar als 24 uur vooruit
de kans op neerslag kleiner
gelijk 40 % is.

Handgedragen schijfvernevalaar Micro Mantra, Mini Mantra
en Mini Mantra Plus, Onkruid-
Lans of vergelijkbaar

Inzetbaar als 24 uur vooruit
de kans op neerslag kleiner
gelijk 40 % is.

Aanstipapparatuur
en strijkers

Selector, Selectielans, Hand­gedra­gen strijkapparatuur of vergelijkbaar

Inzetbaar als 6 uur vooruit
de kans op neerslag kleiner
gelijk 40 % is en inzetbaar
op bepaalde spuitvrije zones








 
























1
het hoeveelheidcriterium van 1 mm wordt niet gedifferentieerd per techniek
2 sensorgestuurde spuiten waarvan de selectiviteit overeenkomt met een breedte per sensor-dop van 20-25 cm.
3 sensorgestuurde spuiten met verbeterde selectiviteit (breedte per sensor-spuitdop 8 cm).

Terug naar de lijst

Wat zijn 'moeilijk bereikbare plaatsen'?

Moeilijk bereikbare plaatsen zijn plaatsen binnen een werkeenheid waar men met ‘op een voertuig gemonteerde toedieningapparatuur van glyfosaat’ niet of moeilijk bij kan, bijvoorbeeld direct naast obstakels als lantaarnpalen, verkeersborden en straatmeubilair, onder geparkeerde voertuigen, direct naast muren of afrasteringen grenzend aan verhardingen, of bij ongelijk liggende verhardingen en goten. Van deze uitzonderingregel mag ook gebruik worden gemaakt als men met het voertuig (vierwielige quad, kleine tractor of vergelijkbaar) logischer­wijs niet of moeilijk naar of over het betreffende verhardingdeel kan rijden. Belangrijk hierbij is wel dat op deze plaatsen selectief en terughoudend gespoten wordt met spuitlans omdat anders het gebruiksmaximum wordt overschreden.

Terug naar de lijst

Wat betekent: “Spuitomstandigheden Roundup Evolution” op de DOB weerfax?

Deze informatie is afgeleid uit het voor de landbouw ontwikkeld programma “Gewis”. Dit programma bepaald het meest optimale spuitmoment en dosering op basis van twintig verschillende factoren. Deze informatie is vooral bedoeld voor uitvoerders.

De factoren die door het programma worden gewogen hebben betrekking op de werking van het meest toegepaste middel Roundup Evolution ( bv. de dikte van de waslaag, uitdroging van de waslaag en het temperatuureffect op werking) en de uitvoering van de bestrijding. Dit laatste aspect heeft betrekking op de weeromstandigheden, zijn deze gunstig of ongunstig voor een goede bestrijding van het onkruid (bv. de windsnelheid, dauw of neerslag binnen 6 uur na toediening).

Let op, het doseringsadvies mag pas worden gebruikt indien het volgens de DOB neerslag-richtlijn is toegestaan de komende dag te spuiten.

Meer informatie kunt u vinden op www.opticrop.nl onder online en Gewis online.

Terug naar de lijst

Met welke kosten moet ik rekening houden bij overstappen naar de DOB methode?

De kosten van onkruidbestrijding hangt o.a. af van het gewenst streefbeeld, de methode, type verharding, verkeersintensiteit en de hoeveelheid obstakels. Selectie op laagste kostprijs geeft aanleiding tot het afwentelen van kosten op het milieu. Het is aan te bevelen om uw kostprijs te toetsen aan kostprijscijfers in uw omgeving en van vergelijkbare terreinen.

Als kostprijsindicatie kunt u uitgaan van onderstaande bedragen (prijspeil 2005):
Onkruidbestrijding volgens DOB met herbiciden: € 0.06 tot € 0.12 per m2 per jaar.
Onkruidbestrijding volgens DOB zonder herbiciden: vanaf € 0.15 per m2 per jaar.


Meer informatie over kosten van onkruidbestrijding kunt u nalezen in het rapport: Kosten voor onkruidbestrijding op verhardingen. Syncera Water, Delft.

Terug naar de lijst

Wat zijn de verschillen in milieueffecten tussen de meest gangbare onkruidbestrijdings­­methoden?

In 2005 is een studie afgerond waarin de milieu-effecten van de meest gangbare systemen van onkruidbeheer op verhardingen in kaart zijn gebracht. Hieruit kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

- Onkruidbestrijding volgens de standaard chemische methode heeft het grootste nadelige effect op het milieu vanwege de grote hoeveelheid middel dat afspoelt naar het opper­vlakte­water.


- Chemische onkruidbestrijding volgens de DOB richtlijnen, Heet water en Branden hebben het minste effect op het milieu. Het belangrijkste effect bij bestrijding volgens de DOB richtlijnen wordt veroorzaakt door enige afspoeling van het middel naar het oppervlaktewater, de effecten van Heet water en branden worden voornamelijk veroorzaakt door emissies naar de lucht als gevolg van het brandstofverbruik.
- Borstelen scoort relatief matig vanwege het relatief ongunstig energieverbruik, bijwerken met herbiciden met een hoge mate van afspoeling en het concentreren en storten van straatvuil.
- Het milieu-effect van toepassing van herbiciden op verhardingen wordt voor het grootste deel bepaald door de mate van afspoeling naar het oppervlaktewater.
- Milieuwinst is te behalen door de afspoeling bij chemisch onkruidbeheer te reduceren of het energieverbruik en bijbehorende emissies van motoren bij niet-chemische methoden te verminderen.

De volledige beschrijving van de studie kunt u nalezen in het rapport: Update Milieuanalyse Onkruidbestrijding op Verhardingen van R.J. Saft, IVAM Research and Consultancy on Sustainability, Amsterdam.

Terug naar de lijst

Welke spuitlicentie moet ik hebben?

Er is afgesproken dat iedereen die beroepsmatig met gewasbeschermingsmiddelen werkt, een licentie moet hebben. Een licentie is het bewijs dat iemand over kennis en vaardigheden beschikt. Meer informatie Bureau Erkenningen

Licentie 1: Uitvoeren Gewasbescherming
Deze licentie is bedoeld voor agrarisch ondernemers, werknemers, bedrijfsleiders, hoofden van plantsoenendiensten, die beroepsmatig:
- zelf bestrijdingen uitvoeren of laten uitvoeren, door werknemers, op eigen terreinen;
- landbouwbestrijdingsmiddelen in bezit of opslag hebben.
 
Licentie 2: Bedrijfsvoeren Gewasbescherming
De licentie is voor beheerders of eigenaren van een agrarisch loonwerkbedrijf of groenvoorzieningbedrijven die middelen in hun bezit hebben en in opdracht van derden bestrijdingen (laten) uitvoeren. Ook verkopers en verkoopadviseurs van gewasbeschermingsmiddelen moeten over licentie 2 beschikken.

Licentie 3: Distribueren Bestrijdingsmiddelen
Deze licentie is er voor beheerders van verkooppunten van gewasbeschermingsmiddelen.

Licentie 4: Mollen- en Woelratten bestrijding
Deze licentie is voor ieder die met behulp van middelen op basis van fosformwaterstof mollen en of woelratten bestrijdt.

Terug naar de lijst

onkruid, onkruidbestrijding, onkruidbeheer, verhardingen, herbiciden, emissie, afspoeling, preventie, duurzaam, milieu, oppervlaktewater